Na de publicatie van de eerste aflevering van “In en rond mijn hok” heb ik tientallen positieve reacties gehad. Om u eerlijk de waarheid te zeggen heeft me dat zeer verrast. De dingen die ik zie en doe zijn voor mij puur routine, onderdeel van een vast schema dat ik volg of een gevolg van iets dat ik zie. En weet wat ik ermee of ertegen moet doen. Met andere woorden het meeste is niets nieuws voor mij, maar kennelijk voor een heleboel lezers wel. De opgemerkte bijzonderheden noteer ik daarom nu maar dagelijks in een soort dagboek zodat ik ze niet meer vergeten kan. Ik zal wat voor het weekend schrijven over wat ik doe. En ik zal wat na het weekend schrijven. Of de gevolgde strategie goed uitgepakt heeft.

 

De doffers van het bovenhok gaan er sinds begin deze week goed uit als ik de deur voor ze open doe. Die van het keukenhok moet ik er nog steeds uit jagen, hetgeen me niet bevalt. Reden is misschien dat ik de ramen wat blindeer. En dat ze daardoor wat rustiger zijn. Zou ik dat niet doen dan hebben ze de hele dag vrij zicht op het jonge duivenhok er recht tegenover en dan zouden ze de halve dag aan de ramen hangen. En ik heb ze graag toch wel rustig. Vandaar een gordijntje voor het raam.

 

Ook de mest wordt steeds kleiner en vaster. Een goed teken. Zo hier en daar is wat dons te bespeuren. Ook een goed teken. Geen dons en veel dons zijn beiden een slecht teken en wijzen op duiven die niet optimaal zijn. Of in geval van veel donsval een poging wagen in orde te raken.

 

Toen ze er woensdag eenmaal uit waren, vlogen ze langer dan een vol uur zonder dat er een naar beneden kwam. Ze hadden flink vaart en trokken hoog en hard heen en weer over de stad. Wat ik zag stemde me tevreden.

 

Sinds jaar en dag zit er verschil in de hoeveelheid die de doffers van beide hokken verorberen. Op de keuken eten ze altijd veel meer in vergelijking tot het bovenhok. De duiven die het minst eten zijn het best in vorm is daar altijd mijn gedachte bij geweest. Dat het nu hetzelfde is doet me vermoeden dat het keukenhok steeds beter gaat functioneren. Ook de doffers laten dat zien. Als ik er tussenin sta dan zien ze me niet eens en hebben alleen oog voor elkaar. Als ze iets niet bevalt dan pakken ze mekaar gelijk beet en is het matten geblazen. Ik laat ze lekker doen waar ze zin in hebben.

 

Deze week is er weer kopwind voorspeld. Ik houd daar altijd rekening mee en probeer dan de doffers de laatste keer op vrijdag middag zo goed mogelijk te laten eten. Kwestie van geen risico te lopen. Hoezo geen risico?? Het is deze week de hele week praktisch geheel bewolkt geweest en bar vochtig ook nog. Waarschijnlijk zal dat zaterdag ook nog het geval zijn. En met wind op de kop is dat zelf voor een simpel vluchtje vanuit Duffel (135 km) oppassen geblazen. Je moet proberen om je duiven nooit afgevlogen thuis te laten komen. Dat kan een hele poos duren voordat ze weer in vorm zijn. Dus stuur ik het voeren zo dat ze op de vrijdagmiddag toch goed eten. Maar zonder vol te zijn.

 

Dit weertype behoort samen met droog en warm tot een uiterste voor de duiven. Beiden kunnen negatief op de luchtwegen inwerken ook al heb je nog zo’n goed hok. Bij koud en vochtig weer blijft de lucht gewoon in het hok hangen. En te vochtig, alsmede te droog, is niet goed voor duiven. Daarom heb ik de duiven een kuurtje van een dag gegeven om de luchtwegen weer helemaal schoon en open te krijgen. Orienteren op de losplaats bij dit soort weer is voor duiven moeilijk en gaat het best als de luchtwegen en bijholten van de kop schoon zijn. Vorig jaar was de tweede vlucht qua weer exact hetzelfde. En hetzelfde kuurtje zorgde toen voor een zeer goed resultaat qua prijspercentage. Het kan suggestie geweest zijn. Eens kijken hoe dat dit jaar uitpakt.

 

Dit jaar ben ik binnen dezelfde firma op een ander voertype over gestapt. Premium van Beyers. Zowel voor de kwekers als voor de weduwnaars. Ik vind het schitterend voer en in de mengeling voor de weduwnaars zit zelfs popcorn mais. De ingredienten zijn van top kwaliteit en ik vraag me af hoe ze een mengeling voor een dergelijke prijs kunnen verkopen. Wat me opvalt de laatste jaren is dat de mengelingen steeds lichter (verteerbaar) worden. Ik heb jarenlang Super M van Mariman gevoerd en dat is veel grover van samenstelling. Ik ben benieuwd hoe de doffers het er verder op zullen doen.

 

Voor de jongen wordt het zo zoetjes aan tijd. Ik heb donderdagochtend tegen mijn vrouw gezegd dat ze de jongen onderuit moet laten. Nog steeds konden ze dat bijna lopend doen en mochten ze maar wat aan rommelen. Nu vliegend eruit. En morgen als ik mijn roostervrije dag heb kan ik zelf eens in ogenschouw nemen hoe dat gaat. Het wordt zo zoetjes aan tijd om er de zweep over te gooien. Met een week of drie moeten ze de mand al in. Dus dat betekent nu trainen. Allemaal de lucht in. Wat niet vliegen wil daar mankeert wat aan. En die kunnen we niet meer gebruiken.

 

Sinds enkele dagen heb ik de jongen op een kuur van geneeskundige kruiden zitten. Ik heb daar van de gebruikers zeer goede geluiden over gehoord. Het zou op lange termijn buitengewoon moeten werken tegen paratyphus en coli. Zoals met kruidengebruik is moet het langdurig worden gegeven en ben ik van plan om dat te doen. Ik zie het als een extra mogelijkheid om de dokter nog meer de deur uit te houden. Wat erin zit staat er niet op en ik zal u op de hoogte houden hoe de duiven zich houden.

 

Op mijn roostervrije vrijdag heb ik me in de ochtend met de jongen bezig gehouden. Een lege blauwe Garvo zak bovenop een lange stok doet wonderen. In een mum van tijd zit het hele spul in de lucht. Zo te zien een heel stel voor het eerst. Maar als ik over een week of 3 voorzichtig wil beginnen met op te leren dan moet het nu onderhand gebeuren. Anders kost het echt veren. Over een week willen ze alleen nog maar vliegen.

 

Het schoonmaken van het jonge duivenhok neemt meer tijd in beslag dan anders. De mest is plakkerig en de hoeveelheid lijkt meer dan anders. Ik krab me er wezenloos op. Wat me verder opvalt is dat er een heleboel meer veren liggen dan een week eerder. Ook eten en drinken de jonge duiven meer. Je zou eerder andersom verwachten. Misschien dat de kruiden toch al beginnen te werken.

 

In de middag houd ik me met de doffers bezig. Gisteren (donderdag) had ik er enkele in de hand genomen en ik vond ze wat aan de lichte kant. Vaak vergis ik me erin en zijn ze dan juist top. Maar te lichte duiven kunnen zich in een slechte vlucht totaal over de kop vliegen. Dus kies ik voor voorzichtigheid. In de morgen geen voer en vanaf twee uur laat ik ze kiezen wat ze willen uit een mengeling van half Super Weduwschap en half Zoontjens. Ze eten er goed van. Met het inkorven is het meeste voer uit de krop vandaan.

 

’s-Avonds krijgen we de uitslag te zien van de week ervoor. Ik vind het frusterend dat een firma als Compuclub er niet in slaagt om er geen letter van op het internet te krijgen. Een papieren uitslag is er dus nog eerder. Eigenlijk is dat een week te laat. En dat in het digitale tijdperk. De dikte van de uitslag verbaast me. Na enig speurwerk tref ik ook de hele uitslag van Utrecht aan. En na enig bestudeerwerk blijkt dat de kampioenschappen zullen worden gehaald uit een soort samenspel met hen. Op de vitesse nog wel. Met 25 km overvlucht. Ik vraag me af welke bekrompen geest dat nu weer bedacht heeft. Kan er maar een zijn. Een die uitblinkt om zijn eigen regio iedere keer weer te benadelen. Het ergste vind ik dat het weer een heleboel extra bomen kost om al dat papier bedrukt te krijgen. En hoe slagen we erin alles toch duurder te laten worden.

 

Kampioenschappen. Ik heb er al eens over geschreven dat die van nul en geenerlei waarde aan het worden zijn. Het scenario dat ons aller afdeling 7 volgt is idem dito aan dat van vorig jaar. Voor het nationaal vitesse kapioenschap tellen alle vluchten staat er in het programma boekje. Ja, ja. Zodra alle vluchten geweest zijn bepaalt men pas welke vluchten echt tellen. Zo werden vorig jaar mijn twee beste vluchten geschrapt. Moedwil?? Denk er van wat u wilt. Maar je voelt je behoorlijk bestolen als je toch nog als 16e eindigt op landelijk vlak. Ik laat me daarom niet meer in de maling nemen en doe aan die grappen niet meer mee. Ze bekijken het maar. Dit soort manipulerende praktijken die door de NPO worden goed gevonden, maken “Nationale” kampioenschappen tot een volslagen lachertje.

 

Het gaat er uiteindelijk om hoe je ploeg als totaal scoort. Waarom dat niet in de berekeningen stoppen? In de club vlogen 406 duiven en ik heb er 8 bij de eerste 10. Van de 56 mee scoor ik 34 prijzen ofwel 60%. In de Kring tegen 4110 duiven begin ik met de prijzen 2-14-17-41 op het eerste blad. Ik ben tevreden.

 

De zaterdag begint veelbelovend. Alleen maar blauw met een noorden wind. Dat belooft wat. Maar even na 9 uur trekt het volledig dicht. De noorden wind voert Noorzee vocht aan. Geen streepje zon meer. Ik knap af. Bewolking remt duiven in snelheid en in durf. Het veld zal dus kort op elkaar zitten.

 

Als ik sta te wachten vergis ik me bijna. Een blik op de kerktoren leert me dat er toch west in de wind zit. En als ik op het snelheidskaartje kijk hoeveel vroeger ze zouden kunnen komen kletst de eerste duif juist op het keukenhok naar binnen. Een tweejarige blauwbonte doffer uit “de Kleine Grijze” die vorige week al mijn tweede duif was. Als ik omhoog kijk hangen de twee volgende al weer boven het hok. En zwaaien en zwieren dat ze doen. Ook de rest maakt er een potje van qua binnen komen. Sommigen zijn schrikkerig. Het orienteren heeft ze toch veel moeite gekost. Maar ze komen goed. Ik klok als volgt: 12:14(1x aan 1298 mpm)-15(2x)-16(4x)-17(3x)-18(12x)-19(4x)-20(4x)-21(4x) en dan zijn er 34 van de 54 binnen. De eerste duif zal rond de 20e plek in de Kring eindigen.

 

Na de eerste aflevering van “In en rond mijn hok” kreeg ik een kritische kanttekening van iemand die alles goed uitgespeld had. En ik had het inderdaad niet duidelijk verwoord. Hij vroeg zich dan ook terecht af waarom ik na een goede uitslag gelijk met een geelkuur aan de slag ga. Er had moeten staan dat de geelkuur 2 weken voor de 1e wedvlucht plaats vond. Als de kuur goed heeft aangeslagen dan moeten ze het minstens 4-5 weken zonder kunnen doen. Maar het blijft uitkijken geblazen. Warm weer en een extra lang verblijf in de mand zijn dingen die dat in een keer kunnen veranderen. Tot volgende week.